Maija Kooistra die voor de boomstichting onderzoekt deelt bomen delen in twee soorten: lunar en solarbomen. Solarbomen zijn uitnodigend, opladend, laten je actief deelnemen, hebben meestal een ruwe schors, vangen veel licht op of groeien naar het licht toe, breed en grillig van vorm. De stroming van de invloedsfeer van solarbomen is deosil, met de klok mee en dat wil zeggen dat de opgenomen stroming je grond als je bij zo’n boom staat.
Wanner je dus gaat joggen ga dan bij een solar boom staan als je uitrust; het geeft je nieuwe energie om te verbranden.
De tweede soort bomen zijn Lunarbomen; ze kijken de kat uit de boom, zijn wat afstandelijker en emotioneel, ze overpeizen, hebben meestal een gladde schors, groeien recht naar de maan of bedekken hun schors. Ze zijn actief ’s nachts en bij volle maan gaan ze omgekeerd stromen. Ze stromen steeds widdershins, tegenwijzersin, en verbannen dus energie hierdoor. Wanneer je een dutje wilt doen of je wil je zorgen kwijt moet je dus bij een lunarboom zijn. Ze zijn voelbaar aanwezig en vullen zichzelf bij volle maan met veel overgave; dan stromen ze neerwaarts. De stroming van solarbomen staat bij volle maan stil. Lunar stroomt van de aarde weg, Solar naar de aarde toe.
Lunar heeft te maken met creativiteit en hierdoor zijn ze ook geliefd door dichters en schilders. Wilgen, Sparren, Beuken. Piet Mondriaan is iemand die gaat schilderen naar de voeling van de stroming die hij via kleur weergeeft. Ik heb enkele beelden mee van schilderijen van bomen van Mondriaan en de Haagse School. (beelden tonen)
Op een beschuldigende reactie van Frederik van Eeden (koele meren) zegt Mondriaan de volgende woorden: Men kan de kleuren der natuur allereerst niet op het doek overbrengen. Hierdoor voel ik mij genoodzaakt een andere manier te zoeken, en dat is deze van wat bomen uistralen; hoe ze overkomen als ik ze schilder. Ook Jacoba van Heemskerk deelt de mening dat men niet de bomen zelf, maar het gevoel dat bomen teweeg kunnen brengen. De schilderijen worden composities en zo ook die van de bomen. De vorm wordt teruggebracht tot essentiële lijnen, alsook de kleur.
De violen van Stradivarius zijn vervaardigd van de spar die ’s nachts werd opgehakt, het binnenwerk is van esdoorn, een solarboom die de klankkleur versterkt. Misschien schuilt hierin het geheim van deze vioolsoort?
Ook dichters vertellen veel over bomen, wilgen zijn zelden overdag getypeerd.
Hoe kun je de stroming nu concreet ook bepalen? André Bovis was een fransman die met behulp van een pendel en een schema de gezondheidsgraad van voeding kan meten. Een leerling van hem heeft die meter uitgebreid; want de Boviswaarde is groter bij bomen dan bij voeding. Zo stelt men vast dat de mens 6500-8000 bovis heeft, een boom 13.000, de aarde 23.000 bovis. De stroming neemt af bij koud weer, bij ziekte, in de winter. Zo kan je bomen hebben die gezond zijn met een krachtige stroming, en evengrote bomen die ongezond zijn met een zwakke stroming; meerstal hebben ze dan last van de gomziekte en is het hout aan het rotten. Maar zolang leven mogelijk is blijft een boom groeien.
Bomen als psychologen en spirituele helpers
Je zou de communicatievorm van bomen sterk kunnen vergelijken met lichaamstaal. Hierbij moet je nadenken op welke wijze we kunnen vermoeden dat iemand boos, onrustig, verdrietig of blij is. Als je die wijze kunt achterhalen kun je met bomen leren communiceren.
Hoe reageer jij op veranderingen; pas je jou aan als je nog maar iemand ziet? Verschilt de intonatie en hou is je lichaamshouding? Kun je intuïtief aanvoelen wat iemand echt bedoeld? Hoe weet je of de boom gezond is? Het zijn vragen die je jezelf kunt stellen.
In dit geval, en psychologen zullen mij geen ongelijk geven kun je het ook de boom vragen. Onze rechterhersenhelft maakt gevoelens, fantasie, intonatie,…ons linkerhersenhelft zorgt dan dat we de zinnen duidelijk en geordend kunnen uitspreken. De coordinatie van beiden zorgt ervoor op wonderlijke wijze dat wij héél veel dingen kunnen; automatisch. Reflectie is een van die automatische coordinaties, een ander is evenwicht.
Als kind van drie maand oud beschikken wij over geen taal. Toch is het zo dat de moeder vermoed te weten wat het kind wil. Hierbij maakt hij of zij gebruik van huilen, lachen en in een later stadia brabbelen. Ook al beschikt het kind niet over een taal, welk zintuig bij de moeder voelt aan wat het kind wil?
Naarmate het kind opgroeit gaat men woorden aanleren, en nog later zal men deze woorden koppelen in een strak schema. Deze zijn: realiteit en illusie. In volkssprookjes, die psychologisch zeer goed zijn voor de opvoeding van een kind is er vaak dit dilemma van goed/kwaad. Er zijn mogelijke opties en op het einde van het volkssprookje is er een oplossing, in tegenstelling tot sagen.
Het kind neemt de illusie en realiteit als één op; het verdrukken van de fantasie en de droomwereld bouwt stapsgewijs af en de realiteit gaat naarmate het kind ouder wordt domineren. De reductie die hier plaats vind heet men eidetische reductie. Later gaat men vaak deze oude relatie met deze droombeelden herstellen. Men spreekt waarom men gedroomd heeft die nacht, nachtmerries zijn waarschuwingen die we onbewust volgen. Over het onbewuste is nog steeds weinig concreet geweten. Wat wij weten berust op vermoedens. Maar voor een kind die de grens nog niet voltrokken heeft is het aannemelijk dat ze de invloedsfeer van levende wezens kunnen waarnemen, en praten met hun poppen, kat of hond, de vogels en ja hoor ook de bomen.
Hoe wij kunnen communiceren met bomen
Allereerst kun je gebruik maken van je zintuigen, je kan naar een bos gaan en ruiken, voelen, kijken naar bomen. Laat door je gedachten gaan welke boom, welk bepaald gevoel bij je teweegbrengt. Want bomen werken uiteraard persoonlijk, niet iedereen kan omgaan met de spirituele kracht van een meidoorn bijvoorbeeld.
Je kan ook zintuigen uitschakelen, en je bijvoorbeeld laten begeleiden met een blinddoek of een neusknijper op te zetten. Kijk in een bos om je heen en laat je uitnodigen door een boom, alsof je ertoe wordt getrokken. Het kan ook omgekeerd, dat je heel bewust op een boom afstapt. Dit kan omdat ze er visueel aantrekkelijk uitzien, zoals berken die elegant bewegen in de wind. Of omdat ze er merkwaardig uitzien.


















