Victoriaanse schilders

Richard Doyle (1824-1883)

Doyle is een van de meest bijzondere illustratoren uit het Edwardiaanse en Victoriaanse tijd, die een bijzondere tekenstijl hanteerde. In de elfenwereld van Doyle worden alle figuren vrij lieflijk getekend, in heldere stijl, zonder veel schaduwen. Richard Doyle, die veelal Dicky genoemd werd, maakte sprekende aquarellen gecombineerd met graveer en pentechniek.
De Victorianen geloofden wanhopig in elfen en aanverwante wezens, omdat ze een roekeloos en avontuurlijk gedrag hadden. Het was voor hen een ontspanning uit hun materialistische, wetenschappelijke en niet romantische leefwereld. De Pre-Rapaëlieten waren een stroming van ware romantiek, een stroming die het langst stand hield in de Engelse kunst. Maar gaven ons naast bekoorlijke schilderijen, ook sprookjes als Peter Pan (JM Barrie, 1904), Alice in Wonderland (1865 Lewis Carroll) en The Wind in the Willows (1908 Kenneth Grahame).
In de 18e eeuw waren vele sprookjes uit Frankrijk overgekomen, waaronder Sprookjes van 101 nachten, Assepoester, Belle en het Beest en de Schone Slaapster. Ze werden als kinderboeken geïntroduceerd, en waren door de Franse auteur Charles Perrault bewerkt. Hij bracht ze gebundeld uit als Verhalen van Moeder de Gans. Perrault lag aan de basis voor het woord feeën, waaruit het Engelse fairy komt.
Vanaf de late achttiende eeuw, met werken van William Blake en Johann Henry Fuseli duiken in schilderijen kabouters, gnomen en elfen op. Tussen 1840 en 1870 is de expansie van schilderijen met elementalen aan zijn hoogtepunt. Pas vanaf 1870 leven elementalen verder in kinderboeken, en in illustraties van hedendaagse kunstenaars. Victoriaanse elfenschilderijen kaderen steeds binnen een natuurgetrouwe groene omgeving of landschap. Vooral de Pre-Rafaëlieten trachtten elfen en kabouters zo gedetailleerd en realistisch mogelijk weer te geven. De tekeningen en schilderijen beelden steeds folklore en geschiedenis uit, en zijn gekoppeld aan literatuur en proza. Zoals werken van Shakespeare, Spenser, Milton en Chaucer. Toen in 1824 voor het eerst de gebundelde volkssprookjes van de gebroeders Grimm werden gepubliceerd, en later, omstreeks 1840 de spookjes van Hans Christian Anderson, werden deze immens populair.

Digg This
Reddit This
Stumble Now!
Buzz This
Vote on DZone
Share on Facebook
Bookmark this on Delicious
Kick It on DotNetKicks.com
Shout it
Share on LinkedIn
Bookmark this on Technorati
Post on Twitter
Google Buzz (aka. Google Reader)

Voeg een reactie toe

Uw bericht verschijnt na goedkeuring op deze site.