Oberon (in het Frans Auberon, in het Duits Alberich) is de koning van der elfen. Hij werd rond 1200 in het leven geroepen door de auteur van de middeleeuwse roman Huon de Bordeaux. Hierin moet Oberon Huon, de held van het verhaal, helpen bij een schijnbaar onuitvoerbare taak. Dit verhaal inspireerde een andere auteur om Le roman d’Auberon, over de voorgeschiedenis van Oberon te schrijven. Hieruit blijkt dat Oberon de zoon was van Julius Caesar en de fee Morgain. Hij had ook nog een tweelingbroer George. Bij de geboorte waren een aantal feeën aanwezig, die een aantal wensen uitten. Eén van de feeën wilde dat Oberon niet meer groeide vanaf de leeftijd van zeven jaar. En zo geschiedde.
De Duitse schrijver en dichter Goethe schreef de treurige ballade Erlkönig (De Elfenkoning), over een vader die met een ziek kind door de nacht rijdt. Hij vreest voor zijn zoon daar de Elfenkoning hem wil bezitten. De compositie van dit klassieke stuk werd door Sibelius gemaakt.
De Elfenkoning
   Wie rijdt daar zo laat door Nacht en Wind?
   Het is een vader met zijn kind:
   Hij houdt zn knaap onder de arm,
   Heeft hem stevig vast, houd hem warm.
   Mijn zoon, waarom verberg je angstig je gezicht?
   Vader, zie je de elfenkoning dan niet?
   De Elfenkoning met zijn Kroon en sleep?
   Mijn zoon, het slechts een nevelsliert.
   Lief kind kom mee met mij!
   Ik speel vrolijke spelletjes met jou
   Vele Bloemetjes op t strand waar je van houd.
   Mijn moeder maakt je een gewaad van goud.
   Vader, ach vader, hoor je dan niet,
   wat de elfenkoning fluistert in t geniep?
   Wees rustig, blijf rustig mijn kind:
   tussen dorre blaadjes ritstelt de wind.
   Wil je, olijke knaap mee met mij gaan?
   Mijn dochters zullen op je gesteld staan:
   Mijn dochters voeren s nachts dansen uit
   En wiegen, dansen en zingen met jou.
   Vader, ach vader, ziet gij dan niet
   De elfenkonings dochters in het ranke riet?
   Mijn zoon, mijn zoon, nu neem ik het waar:
   Het zijn oude wilgen die glimmen naar.
   Ik hou van je, je gezicht spreekt me aan.
   Maar ben je te grillig, dan gebruik ik geweld.
   Vader, ach vader, hij raakt me nu aan!
   De Elfenkoning heeft me leed gedaan!
   De vader siddert en rijdt snel vooruit,
   In zn armen houdt hij het mokkende kind,
   Bereikt hij zijn huis in hoge nood,
   In zijn armen ligt het kind dood.


















