1. Midwinter of Yule 21 December
Yule is de naam van de maanden november en december, niet van het feest zelf. Volgens Tille staat er in het Ynglingasaga geen melding van Yule voor het jaar 840 n.o.t. Tussen 840 en 1000 werden Midwinter en Yule als synoniem gebruikt.
Midwinter is de langste nacht van het jaar. Het Joelfeest of Yulefeest wijst op levensvreugde; wat de komst van de licht is tijdens de winter. Het feest liep gelijk met Saturnalia (Romeinen), Moedersnacht (Angel-Saksen), Samhain(Ierse Kelten) en later Kerstmis(Christenen). Hierdoor is het moeilijk te onderscheiden welke elementen Germaans heidens zijn.
De symboliek van Midwinter is deze van de Eik en de Hulstkoning. De vrouwen van het dorp verzamelden het graan en bakten er koeken van voor het ritueel.
Op het altaar staan maretak, hulst, klimop en taxus die het eeuwig durende, blijvend groen symboliseren. De maretak is onlosmakelijk verbonden aan druïden. In het volksgeloof hangt men vogellijm(een andere benaming voor de semi-parasiet) op in het huis. Het brengt geluk, en het is gebruikelijk iemand eronder te kussen. Volgens de klassieke auteur Pliny kwam dit ritueel alleen voor als men een maretak op een (heilige) eik aantrof. Op de zesde dag van de volle maan zou men de maretak afsnijden. In Ierse en Britse teksten wordt er niet gerept over zo’n soort ritueel. Hierdoor kunnen we het mogelijk als Gallisch beschouwen, maar er zijn te weinig feiten die dit kunnen bewijzen.
Bij de Romeinen haalde men groenblijvers als laurier binnen, de bladeren werden geassocieerd met de oppergod. In het Christendom haalde men omstreeks 273 n.o.t., een groene boom binnen die men met appels en kaarsen versierde, later werden het eerst bollen van hout. En daarna van glas. Het is een spar die we kerstboom noemen, en niet de den zoals het kerstliedje gaat. De kerstboom is was in 1850 in Vlaanderen geïntroduceerd, en vandaag zo ingeburgerd dat we geen Kerst zonder kunnen voorstellen. Kerstdag werd in de 6e eeuw een feestdag, en tot de 11e eeuw spraken ook Christenen van Midwinter. Het feest werd verplaatst om de Mithracultuur uit te roeien, want daar werd zoon Mazda geboren. Christenen beweerden dat Kerstmis de geboorte werd van Jezus, het feest kent verder geen historische achtergrond met heidense feesten.
In Scandinavië viert men geen kerst maar het feest van Sint-Lucia, deze heilige was de lichtbrenger. Tijdens de viering draagt men een kroon van klimop waarop kaarsen branden. In de donkere dagen was er ook plaats voor narren, om het seizoen wat op te vrolijken. Op dit lichtfeest viert men de komst van de zomer, vanaf dan zullen de dagen verlengen.
De Romeinen gaven hun slaven tijdens de Saturnaliafeesten (17 december), kaarsen als geschenk. Een mogelijke reden hiervoor kan ook zijn, dat ze daardoor langer konden werken in de donkere dagen.
Om deze strijd symbolisch uit te beelden houdt men een strijd tussen de Eik en Hulstkoning. De eik staat symbool voor opbouwende kracht en heerst van midwinter tot midzomer. De hulst staat symbool voor de afbrekende kracht en heerst van midzomer tot midwinter.
Deze gebeurtenis vertaald zich ook naar een samensmelting, namelijk het joelblok. Dit is een volksgebruik waarbij men een stuk eikenhout, met enkele twijgjes hulst met een rood lint samenbindt. Het blok steekt men in brand en hierboven kan men springen en huppelen. Vandaag wordt het yuleblok voorgesteld in de vorm van geflambeerde slagroom die op stronkvormige taarten versierd zijn; büches. Sommige bakkers zetten er een plastic hulstblaadje op, of ze de mythe van Eik- en Hulstkoning kennen is bedenkelijk.
De traditionele gerechten zijn kerstcake, kaneelthee en ananas.
Goden en Godinnen die te gast kunnen zijn: Gaia, Pandora, Thea, Helios (Gr.), Heket, Kefa, Attis, Ra (Egyp.) Balder, Ukko, Wodan (Scan.), Nurelli (Aboriginal), Zvezda (Slavish)
Associaties bij dit neo-heidens feest:
Kruid:hop, wijnruit
Boom:spar
Dier:haan
Tarotkaart: toren
Mineraal: bloedkoraal


















